Info

Al in 1437 wordt er melding gemaakt van ‘Wallisorde, ‘oord aan den wal’ het huidige Zeeuws Vlaamse Walsoorden. Sindsdien vertelt een levendige geschiedenis met vele verhalen over inpoldering en overstromingen. Vooral over de laatste twee eeuwen is er veel informatie. De tijhaven en aanlegsteiger van Walsoorden had voor de streek een belangrijke functie, vervoer van personen en goederen rechtstreeks naar oa Rotterdam en Dordrecht. Eerst met paard en wagen, later na 1903 per heuse stoomtram. Na aanleg het omvangrijke Deltaplan, de aanleg van de rijksweg N60 en de komst van het inmiddels opgeheven veer Kruiningen Perkpolder en met name de komst van de Westerschelde tunnel is van die bedrijvigheid weinig overgebleven. Tegenwoordig ben je vooral overgeleverd aan de elementen, het tij van de zee, de wind en de overdadige rust. En rest alleen het heerlijke leven. (bron De geschiedenis van het havenplaatsje Walsoorden)

U vindt nu vooral de prachtige Zeeuws Vlaamse luchten met voor kunstenaars het wetenschappelijk bewezen én beroemde Zeeuwse licht. De oneindige Zeeuwse polders, zee- en binnendijken waar u ongestoord lekker kunt wandelen en fietsen. Het beeldschone land van Saaftinghe, waar het tij zijn weg baant tussen de vele schorren. U kunt met auto de nabij gelegen steden, Hulst (ook op zondag geopend), Antwerpen, Gent en Brugge bezoeken. Het geweldige vestingstadje Hulst met zijn bijzondere stadspoorten. Het genieten van de overheerlijke Zeeuwse mosselen.

 In De Bloemfabriek werd tarwe tot bloem vermalen, de eerste jaren met paardenkracht, later na 1911 op stoom. In 1922 brandde de fabriek volledig af. Na 1923 is de fabriek gesloten en zijn de overgebleven panden verbouwd tot woning. Door een aantal dijkverzwaringen, het slopen van dijkwoningen, kwam De Bloemfabriek uiteindelijk aan de Westerschelde dijk te liggen. Momenteel is er over de dijk recht voor de Bloemfabriek een steiger en tijstrand waar zomers dankbaar door zonaanbidders gebruik van wordt gemaakt.

‘Escaut
Sauvage et bel Escaut
tout l’incendie
de ma jeunesse endurante et brandie
tu l’as épanoui:
Aussi,
Le jour que mábattra le sort,
Cést dans ton sol, c’est sur tes bords
qu’on cachera mon corps,
pour te sentir; même à travers la mort, encore.

Westerschelde  

Heb jij de rivier horen kabbelen en kraken,
Zonovergoten of gestriemd door de wind,
Als banken, als schotsen zich breed willen maken,
Als de oertijd, de ijstijd, de toekomst begint

Als in die verre nabijheid van hoge platen
In de mist, in de storm van het stuivende zand
In de taal van de aarde zeehonden praten
En de schorren verschuiven van kant naar kant

Die schone waardin opent gastvrij haar deuren
Voor wat rust en wat roest, voor wat mossels en haantjes.
De slik van haar schort bedekt hoeven en laantjes

En zijn blijft gedreven in geuren en kleuren
Vertellen van al wat er zwemt, vliegt en stroomt
Verzonken in wat je als kind hebt gedroomd.

(uit: Westerschelde een water zonder weerga, Piet de Blaeij)